De gepensioneerde Wiebe (‘noem me maar gewoon Wiebe met i-e’) wacht de plukjes geïnteresseerden voor de Nationale Molendag op met koffie en brownies. Wiebe geeft sinds 2010 elke zaterdag vrijwillig rondleidingen op De Eenhoorn. Hij zat een keer zijn boterhammen te eten op een bankje aan het Spaarne toen zijn oog op de molen viel. Hij meldde zich aan als vrijwilliger.

Minimaal zes uur per week is hij er druk mee. Alles onbetaald. ‘Er is in heel Nederland behoefte aan vrijwilligers zoals Wiebe, die ‘gewoon de handen uit de mouwen willen steken’, zegt molenaar Jos van Schooten. Vereniging De Hollandsche Molen hoopt met open dagen de rap verouderende vrijwilligerspoule aan te vullen.

Keg

‘Kijk, met deze keg slaan we dus de houten balken vast’, zegt Wiebe een soort houten deurstopper tussen vastgesnoerde balken klem hamerend. Trots vertelt hij dat er gemiddeld een meter per uur kan worden gezaagd. Afhankelijk van de windkracht laten ze het mechaniek met vier of acht ijzers zagen. Hij is ook fan van de koningsstijl, de balk in het hart van de molen, die het geheel van 40 tot 50 duizend kilo draagt.

De houtzaagmolens hielpen de Nederlanders in de VOC-tijd aan hun groeispurt: de toentertijd hypermoderne zaagmethode gaf scheepsbouwers een voorsprong. Tijdens de Gouden Eeuw waren er circa 400 van deze molens te vinden in de omgeving van Amsterdam en de Zaanstreek. Van de paltrokmolen, het meest voorkomende type, zijn er nu nog vijf over. De zagerij van De Eenhoorn is nog steeds in bedrijf, zij het niet dagelijks.

Handen in het varkensvet

Twee dames op leeftijd mogen mee naar boven. De Australische Eve kijkt gespannen naar haar voormalige oppas Dieuwke als ze de steile trap opklautert; ze heeft osteoporose. Eenmaal boven lijkt het alsof de tijd ruim 200 jaar heeft stilgestaan. De grote houten bielzen, stalen assen en enorme tandwielen zijn imponerend. Geelwitte stukken varkensvet zijn met rode koorden aan een balk bevestigd. ‘Dat smeren we met de blote handen tussen de bewegende houten onderdelen. Om brand door wrijving te voorkomen’, zegt Wiebe.

Het is even onzeker of de molen wel gaat draaien vandaag; er hangt onweer in de lucht. Maar dan beginnen, verrassend soepel, de tandwielen in elkaar te grijpen. De rotatie van de wieken wordt via de tandwielen en een krukas omgezet in een op- en neergaande beweging op de zagen. Eve is zwaar onder de indruk. ‘Zo simpel, en toch zo effectief’, mompelt ze. Buiten klinkt luid geratel als de wieken omwentelen. ‘Geen zorgen’, zegt Wiebe. ‘Dat zijn stukken roest die door het holle stalen frame vallen.’

Een paar meter verderop is molenaar Jos even later met moderne problemen bezig. Hij probeert de meer dan 20 meter hoge molen goed op de foto te zetten, maar het wil niet helemaal lukken. ‘Misschien moet ik maar gewoon een drone aanschaffen.’