‘Snel, onder de trap’, riep mijn vader. Die hoorde de Duitse vliegtuigen over hun groentewinkel in Rotterdam-Noord vliegen.’ Onder de trap schuilde de vijfjarige Zoutewelle met zijn jongere zusje en ouders. Tot het misging. Door de luchtdruk van een bom pal achter hun huis, stortten de muren in. ‘De hele santenkraam kwam naar beneden, want tegen de muren stonden flessen azijn, blikken sperziebonen en doperwten. Het was verschrikkelijk angstig.’

Terwijl er brand uitbrak, klauterde de familie over stukken muur en kapotte flessen het huis uit. Aan de Hofdijk zag het grijs van de rook en de stad baadde in een rode gloed. ‘Het is ongelofelijk dat we geen steen op onze kop kregen.’ Zoutewelle verbaast zich er nog over. Hij heeft nooit aan zijn vader gevraagd waarom ze onder de trap zijn gaan zitten. Pas jaren later besefte hij dat het hun redding is geweest.

‘Afbleiben, mein kleinkind’

Omdat Zoutewelles vader en moeder een nieuwe groentewinkel begonnen, werd hij ondergebracht in de Putsepleinkerk. Bij zijn opa, die koster was. ‘Ik zal nooit vergeten dat mijn opa het lef had om tekeer te gaan tegen de Duitsers.’ Zoutewelle leunt ontspannen achterover in zijn tuinstoel in Hillegersberg om het verhaal van kerstavond in 1940 te vertellen. Zoutewelle stond naast zijn opa toen Duitse soldaten de kerk vorderden voor hun kerstviering. ‘Ik weet nog dat mijn opa er altijd gelikt uitzag als koster. Met zijn streepjesbroek, zwart colbert, wit overhemd en grijze stropdas.’

Toen een van de soldaten Zoutewelle in het oog kreeg, aaide die hem over zijn blonde haar. ‘Afbleiben, mein kleinkind’, sneerde opa naar de soldaat.’ Achteraf kan Zoutewelle de aai over zijn bol wel voorstellen. ‘Bij de Duitsers riep ik misschien herinneringen op aan hun eigen kinderen. Maar op dat moment kon mijn opa het niet hebben.’

Na de oorlog zag Zoutewelle veel films over het bombardement op Rotterdam. Dat wil hij nu niet meer. ‘Het geluid van de explosies is pijnlijk. Dan word ik er weer aan herinnerd.’ Praten over de oorlog gaat hem wel steeds gemakkelijker af. Bijvoorbeeld met zijn kleinkinderen. ‘Het is belangrijk om te herdenken wat er is gebeurd. Mensen van tachtig jaar en ouder weten het nog. Als die er niet meer zijn, dan zijn er geen mensen meer die het kunnen navertellen.’