Als hij mijn zongebleekte dode punten -het stadium puntjes zijn we al lang voorbij- tussen zijn vingers houdt, schudt hij zijn hoofd. ‘Wat is dit’, vraagt hij quasi-streng. Schuldbewust probeer ik uit te leggen dat de krullenkapper die ik normaal bezoek een beetje te duur is voor mijn huidige studentenportemonnee.

In zijn beste Nederlands probeert hij mij het belang van regelmatig kappersbezoek bij te brengen. ‘Haar is net als met zieke mensen. Een verkouden persoon geef je een eeeh…’, aarzelt hij. Pil, probeer ik. ‘Ja, die geef je een pil, die ga je niet naar buiten in de kou sturen. Moet je goed voor zorgen.’

Tijdens het knippen door verbeter ik vaak Marwans Nederlands. Niet uit betweterigheid, denk ik, maar omdat het me 20 procent korting oplevert. De Syrische Marwan en mede-eigenaar Maher, beiden 36 jaar, waren eigenlijk op zoek naar Nederlands sprekende stagiaires, maar dat mag wettelijk niet omdat ze hun diploma’s tijdens de oorlog in hun land zijn kwijtgeraakt.

Al pratend kwamen ze op het idee om 20 procent korting aan klanten te geven die Nederlands met ze spreken. Op hun website sporen ze de mensen aan om hun fouten te verbeteren en langzaam te spreken. ‘Nederlanders praten zó, zó snel’, verzucht Marwan. De kappers runnen sinds december 2017 deze kapsalon, die op een steenworp afstand ligt van de Rijnsburgersingel om het centrum.

In Aleppo had Marwan tot 3,5 jaar geleden een grote schoonheidssalon met 25 man aan personeel. Het was er druk, want Syrische vrouwen hebben veel aandacht voor hun uiterlijk en werken meestal niet, legt hij uit. Alle tijd dus voor optutterij. ‘Hier zien de vrouwen er wel wat praktischer uit’, zegt hij. ‘Wat vind je beter’, vraagt hij. ‘Thuis zijn en nagels en alles netjes, of werken?’

Als ik zeg dat ik me waarschijnlijk kapot zou vervelen thuis, knikt hij begrijpend. Hij is ondertussen begonnen de boel op te föhnen en glad te stijlen. ‘Speciaal voor jou een glamourbehandeling.’ Met een elegant gebaar brengt hij een kwartier later de laatste plukken in de plooi. ‘Kijk hoe mooi! Wie ben jij, ik herken je helemaal niet’, roept hij enthousiast. Ik zal het maar zien als een compliment aan zijn eigen werk.